De pilum van Marius tot NeroDoor: Peter Connolly |
![]() |
Foto: Jean-Marc Gillet
|
Boven: hulsvormige type
Onder: plaatvormige type |
Typen speren1 - Het hulsvormige type 2 - Het plaatvormige type |
![]() |
Afbeelding 1:
|
Hulsvormige pila uit de 1e eeuw VC tot de 3e eeuw NC. 1 Valencia (Spanje), 2 Osuna (Spanje), 3-4 Alesia (Frankrijk), 5-6 Vindonissa (Zwitserland), 7 Velsen (Nederland), 8 Waddon Hill (Engeland), 9 Mainz (Duitsland), 10-11 Saalburg (Duitsland).
|
Zwaktes van het plaatvormige typeHet vervaardigen van een breed plaatvormige pilum die niet zou breken op de overgang van hout en ijzer lijkt het hoogste doel geweest te zijn tijdens de 2e eeuw VC. Zowel Polybius' beschrijving van 'vele klinknagels' (V1, 23, 8-1 1) als het archeologische bewijs ondersteunen deze gedachte. Bij vrijwel alle gevonden exemplaren van dit type is het ijzer van de plaat zijwaarts gehamerd op het houten blok om de verbinding zo sterk mogelijk te maken (afb. 2, 3) (3). Ergens tijdens de late 2e of de vroege 1e eeuw VC werd de bevestigingsmethode aangepast naar wat we als het Oberaden type kennen en werd de oude methode verlaten. Een voorbeeld van een pilum met de nieuwe bevestigingsmethode stamt uit Valencia (afb. 2, 4) (4) terwijl een oud en een nieuw type gezamenlijk aangetroffen werden in Caminreal in noordoost-Spanje (afb. 2, 1 & 2) (5). Alle drie kunnen zij gedateerd worden rond 70 VC. Ze hebben dikke schachten met ronde doorsnee en rechthoekige bevestigingsplaten. Bij alle exemplaren bestond de bevestiging uit twee zware ijzeren klinknagels. De vondst uit Valencia stamt van het beleg door Pompeius tijdens de oorlog van Sertorius en kan oorspronkelijk in Italië geproduceerd zijn waar Pompeius' legioenen gelicht werden. De grote zwakte van het Valencia type was het ontbreken van opzij geslagen flanken van de plaat ter voorkoming van zijwaarts torderen. De klinknagels zelf waren hiertoe volstrekt ontoereikend en uit tests met dit type blijkt dat het hout de neiging heeft te splijten bij de bovenste klinknagel als de pilum inslaat. Er werd getracht dit op te lossen door een ijzeren kraagje bovenaan het hout van het blok aan te brengen. Ook dat was geen groot succes omdat die kraag zich bij inslag loswrikte en het hout alsnog brak. Dit strookt met de ervaringen van re-enactors die regelmatig met dergelijke pila werpen. Er is geen bewijs dat de in Spanje gevonden vroege pila over een dergelijke kraag beschikten. In de Saône bij Thorey is een compleet exemplaar gevonden inclusief ijzeren kraag (afb. 2, 5) (6) maar deze is vermoedelijk niet van voor Julius Caesar. |
![]() |
Afbeelding 2:
|
Breed plaatvormige pila uit de laat-republikeinse periode. 1-2 Caminreal (Spanje), 3 Šmihel (Slovenië), 4 Valencia (Spanje), 5 Saône (Frankrijk), 6-6a Alesia (Frankrijk), 7 Xanten (Duitsland).
|
OntwikkelingDe wapens uit Alesia (52 VC) overbruggen de kloof tussen de Repuliek en het Keizerrijk. Er is uit deze periode slechts éen exemplaar bekend welke helaas verloren is gegaan (afb. 2, 6). Er bestaan echter nog wel foto's en het exemplaar is opgemeten en getekend en er is zelfs een reconstructie vervaardigd. Hoewel het origineel zwaar verroest was kon wel uit de onderkant van de plaat opgemaakt worden dat het parallelle zijden had (7). Rond het begin van de Tweede Wereldoorlog werden er bij Oberaden, een Augusteïsche vindplaats in Noordwest Duitsland, drie breed plaatvormige pila gevonden met omvangrijke delen van de houten schachten (afb. 3, 1, 2 & 3). Hierover verscheen in 1942 een korte publicatie (8) met foto's maar zonder analytische tekeningen. Korte tijd laten werden zij slachtoffer van het oorlogsgeweld waarbij er slechts éen redelijk intact over bleef (afb. 3, 3). |
![]() |
Afbeelding 3:
|
De drie pila van Oberaden. 3a Detail van het bevestigen van de enige overlevende Oberaden pilum. 3b Verklarende tekening van de methode van bevestigen. Onderdeel van een pilum van Mainz met driehoekige arend.
|
Een deel van de brede plaat van een pilumbevestiging met een klein deel van de ijzeren schacht (afb. 2, 7) (9) werd aangetroffen in de brandlaag van de vernietiging van Xanten 1 in 69 NC. De parallelle zijden van de plaat en de ronde schacht vertonen veel sterkere overeenkomsten met de bij Valencia en Alesia gevonden exemplaren dan met die uit het vroege Keizerrijk. De pilum uit Xanten is daar waarschijnlijk lang voor het jaar 69 NC al terecht gekomen. Dit is het jongst gedateerde voorbeeld van de brede plaatvormige pilum. Mogelijk is dit type al ver voor de Julisch-Claudische periode in onbruik geraakt. Veel pila zijn aangetroffen tezamen met ijzeren kraagjes maar gezien het ontbreken van een brede plaat is het onjuist deze als van het Oberaden type te kwalificeren, omdat er een derde type pilum opduikt aan het einde van de Republiek. De langere versie, gebaseerd op een exemplaar gevonden te Gusca, Bosnië-Herzegovina is 102 cm lang (arend 14 cm, punt 6, 4 x 0, 9 cm en schachtlengte 81, 6 cm). De basis van de schacht was vierkant in doorsnee en wel 1, 55 x 1, 55 cm. Op 47 cm van de basis wordt deze rond met een doorsnee van 0, 9 cm vernauwend tot 0, 7 cm net onder de piramidevormige kop. Tesamen met de ijzeren kraag weegt hij 0, 660 kg. De essenhouten schacht weegt 0, 695 kg zodat het geheel op 1, 350 kg komt. |
![]() |
Afbeelding 4:
|
Selectie van goed-geconserveerde pilum-punten. Duidelijk zichtbaar is de variatie in dikte van de schacht. 1 & 6-7 Vindonissa, 2 Valencia, 3 Alesia, 4-5 Oberaden, 8 Nauportus.
|
VeldtestenHet voornaamste doel van de veldtesten was om vast te stellen wat er gebeurde bij het treffen van een stuk multiplex van 11 mm, geplaatst tegen een struik om het effect na te bootsen van ene treffer op een schild, wat ook iets mee geeft wanneer het geraakt zou worden. De afstand waarover geworpen werd leek van geen belang zodat ik de tests zelf uit kon voeren in augustus 2001. Het kortste exemplaar was het eerst aan de beurt. Van de twintig worpen die doel troffen bleken er slechts drie geheel door het doel te zijn gedrongen, tweemaal drongen ze tot ongeveer halverwege de ijzeren schacht door het hout en de overige tot 5 cm voor de ijzeren kraag. Een verdere zeventien worpen bleef de punt in het hout steken. De ijzeren schacht bleek in geen enkel geval te zijn kromgebogen (door het gewicht van de pilum). Waar de punt gewoon in het hout was blijven steken bleek het wapen eenvoudig los te trekken. In de gevallen waarin het hout doorboord was bleek dat een stuk lastiger. Het wapen verloor energie naarmate het dieper door het hout drong omdat de toenemende schachtdikte het penetreren vertraagde. Het langere exemplaar werd op dezelfde manier getest. Van de vijftien worpen bleef het wapen negen maal in het hout steken, viermaal drong het wapen volledig door to halverwege de ijzeren schacht. De slankere punt beet zich steviger in het hout vast maar kon er nog steeds uitgetrokken worden. De resultaten waren onbevredigend zodat ik mijn zwager om hulp vroeg. Hij is landbouwer en gewend aan zware fysieke arbeid. Zijn worpen leverden hetzelfde resultaat op. Als de sterkere man bleek hij in staat om het wapen dieper door het hout te laten dringen en eenmaal aan de worp gewend lukte het hem vrijwel iedere keer om het wapen geheel door het hout te laten dringen. Geen enkele keer boog de pilum door. In een ultieme poging om dit effect alsnog te bereiken werd het doel dikker gemaakt door er een stuk kwaliteits Berken multiplex van 7 mm tegen te bevestigen maar het resultaat werd er niet anders door. Een meer gecontroleerd experiment was nodig om het doordringingsvermogen te testen. Een plastic pijp werd rechtop geplaatst waarin de pilum 3, 25 meter omlaag kon vallen op een stuk multiplex van 11 mm dikte. Daarna werden toenemende gewichten toegevoegd tot de punt door het hout drong. Het kortste exemplaar werd het eerst getest. Bij een totaalgewicht van 3, 2 kg drong de piramidevormige punt tot aan zijn basis in het hout. Deze was makkelijk te verwijderen. Bij een gewicht van 3, 7 kg drong het wapen geheel door het hout. |
![]() |
Afbeelding 5:
|
De twee gereconstrueerde pila die zijn getest door de auteur.
|
ConclusiesNaarmate het experiment vorderde werd ik steeds sceptischer over de heersende opvatting dat de pilum bedoeld was om (buiten het rechtstreeks uitschakelen van de tegenstander) door het schild te dringen en krom te buigen zodat deze niet verwijderd kon worden en het schild derhalve onbruikbaar werd. Ik beweer niet dat dit niet kon gebeuren maar ik ben zelf niet in staat geweest dit resultaat te bereiken. Het experiment bewees dat het vrijwel onmogelijk is om de pilum zo diep door het hout te laten dringen en tegelijk krom te buigen zodat het wapen niet meer verwijderd kan worden. Mijn opvatting is dat het heersende dogma niet juist is. De pilum is ontworpen om door het schild te dringen en de drager te treffen. In het geval het wapen een rigide object (bv. omwalling, deur, toren) zou raken zou het waarschijnlijk wel ombuigen. Aanvaardende dat de pilum niet bedoeld was te buigen (of breken) bij inslag in een schild moet de beschrijving door Plutarchus kritisch bekeken worden. Merkwaardigerwijs beschrijft Plutarchus een situatie die speelt tijdens de overgangsperiode van het oude brede plaatvormige type naar het Oberaden platte arend type en de veldslag vond plaats in Noord-Italië. Ik kan slechts bedenken dat Plutarchus zijn bron verkeerd begrepen heeft die in feite de situatie weergeeft tijdens de introductie van de 'spike tanged' type met zijn enkele klinknagel. Mijn eigen tests leverden op dat het brede plaatvormige type geneigd is te breken op de overgang. Plutarchus' bron meldde waarschijnlijk dat de onderste nagel het hield maar dat de bovenste het hout spleet, waardoor het ijzeren deel van de pilum vrijwel haaks op het houten blok kwam te staan en de houten schacht over de grond sleepte. Marius moest zijn troepen constant herbevoorraden en maakte daarbij gebruik van lokaal vervaardigde vervangende wapens. Daar hij meer vertrouwen had in de van oorsprong Noord Italiaanse pilum met puntige angel, die met een enkele nagel bevestigd zat en door een ijzeren kraag verder gefixeerd werd, koos hij ervoor dit type voortaan te laten produceren. Het type met de plaatvormige basis bleef kennelijk in Italië en Spanje in gebruik. Het archeologische bewijs toont aan dat het plaatvormige type aangepast werd; het werd voorzien van de noord-Italiaanse ijzeren kraag die nog steeds de neiging had los te schieten, waardoor het wapen makkelijk brak op het bevestigingspunt tussen hout en ijzer. Om dat effect tegen te gaan werd de plaatbevestiging kegelvormig gemaakt zodat hij strakker aansloot op de vorm van het houten blok, wat het probleem nog steeds niet bevredigend oploste. Het enig overgebleven exemplaar van de drie te Oberaden gevonden pila toont dit gebrek overduidelijk. Het heeft een 12 cm lange kegelvormige plaat die middels twee nagels in het houten blok gefixeerd werd. De ijzeren kraag voorkomt dat het metalen deel van de pilum zijwaarts uitbreekt. Ook dat bleek onvoldoende en er zijn vier nagels van bovenaf in de kraag geslagen om deze beter te fixeren (afb. 3, 3a & 3b). Sommige wapenmakers gingen nog verder. Een voorbeeld uit Mainz heeft een driehoekige plaatbevestiging waarbij de kraag strak op het ijzer van de metalen schacht aansluit (afb. 3, 5). Andere voorbeelden hebben een zeer lange kraag, soms voorzien van een nagel om deze op zijn plaats te houden maar het probleem van het splijtende houten blok kon niet duurzaam opgelost worden. Het type met de puntige angel was veruit sterker en eenvoudiger te produceren. |
Noten
|
BronvermeldingPeter Connolly, 'The pilum from Marius to Nero - a reconsideration of its development and function.' Journal of Roman Military Equipment Studies 12/13 (2001/2), pp. 1-8. De vertaling en de publicatie op deze website geschieden met instemming van Peter Connolly, waarvoor hartelijke dank. |
![]() | ![]() |
Peter Connolly (geboren 1935) is een bekend Brits geleerde van de oude wereld, historicus van Griekse en Romeinse militaire uitrusting, archeoloog en illustrator. Hij is 'research fellow' aan Oxford (UK) en een getalenteerd kunstenaar, zijn nauwkeurige en gedetailleerde illustraties van de klassieke wereld staan goed aangeschreven. Connolly draagt regelmatig bij aan tijdschriften als 'Journal of Roman Military Equipment' en 'Roman Frontier Studies'. Bron: Wikipedia. |







