De Bataven en het vierkeizerjaarAan het begin van het jaar 68 lijkt er weinig aan de hand te zijn in Germania Inferior. De Bataven worden door de Romeinen beschouwd als de beste (fortissimi, validissimi) van alle hulptroepen en zelfs als de beste van alle troepen (1). Ze dienen als lijfwacht van de keizer, de Germani corpore custodes. Ze hebben meegeholpen met de Romeinse invasie van Keltisch Brittannia, waar ze beslissende en verrassende bijdragen hebben geleverd aan de strijd dankzij hun bijzondere kwaliteiten. De Bataven zijn van huis uit gewend om zonder bagage in slagorde met hun paarden en wapens door ondiepe kreken en rivieren te gaan (2). Directe belasting hoeven de Bataven niet te betalen, in ruil waarvoor ze soldaten leveren aan het Romeinse leger. Van alle 35.000 Bataven dienen er ruim 5000 in het leger, wat neerkomt op de helft van alle Bataafse mannen ouder dan 16 jaar. Hoewel de Bataven slechts 0,05% uitmaken van de totale bevolking in het Romeinse rijk, vormen ze 4% van de hulptroepen, ongeveer 80 maal hun proportionele deel. Een opstand in Gallia Lugdunensis doet het Rijnleger onder Lucius Verginius Rufus besluiten in te grijpen. In het Rijnleger dienen veel Bataven. Keizer Nero maakt zichzelf onmogelijk bij de senaat en laat zich door zijn eigen slaaf doden. Helaas is de nieuwe keizer, Servius Sulpicius Galba, bevriend met de leider van de opstand en hij laat de commandant van het leger vervangen door Marcus Hordeonius Flaccus. Galba ontslaat zijn Bataafse lijfwacht om steun te krijgen van de stadswacht van Rome, de pretoriaanse garde. Veel mag het hem niet baten, in januari 69 wordt hij op het forum in Rome door hen opgehangen. Zijn adjudant, de rijke senator Marcus Salvius Otho, wordt de nieuwe keizer. Otho krijgt meteen concurrentie als de gouverneur van Germania, Aulus Vitellius, als tegenkeizer wordt uitgeroepen en Otho verslaat. Ook Vitellius krijgt tegenstand als de gouverneur van Judea, Titus Flavius Vespasianus, als keizer wordt uitgeroepen. Op dat moment heeft Vespasianus zijn handen nog vol aan het neerslaan van de Joodse opstand. Het jaar 69 wordt bekend als het vierkeizerjaar. Vitellius trekt troepen weg uit Germania om zich voor te bereiden op de strijd met Vespasianus en vraagt om nog meer troepen. Flaccus weigert omdat hij merkt dat de bevolking onrustig wordt. Waar recrutering van soldaten normaliter al een zware last is voor de Bataafse bevolking, worden nu zelfs ouderen en zieken opgeroepen om extra inkomsten uit losgeld te verkrijgen. Tegelijk worden mooie jongens opgeroepen die eigenlijk te jong zijn om dienst te doen als soldaat, maar niet als schandknaap (3). De bittere gevoelens onder de Bataven nemen toe. |
|


